Boeiende bijvangst:

Professionals hebben te lage verwachtingen van goed gedrag van hun cliënt

In de iets te witte, kale behandelruimte van de Jeugdreclassering zit hij onderuitgezakt voor je neus. Benen wijd. Handen in zijn zakken. De schaduw van zijn pet valt nét voor zijn ogen waardoor je zijn blik niet goed kunt vangen. Kijkt hij nu steeds naar de klok? Hij denkt vast: wanneer kan ik hier weg? Jeugdwerkers verwachten dat jongeren de kwaliteit van hun werkrelatie niet zo best beoordelen. Klopt dat wel? Jan Dirk de Jong vertelt over de ‘bijvangst’ van zijn onderzoek. 

Jeugdwerkers weten wat ervoor zorgt dat jongeren meer vatbaar zijn voor ernstige criminaliteit. Het is belangrijk dat de (preventieve) maatregelen die zij daartegen nemen het gewenste effect hebben. Daarvoor moeten ze meer in verbinding staan met de doelgroep. Jan Dirk de Jong, lector Aanpak Jeugdcriminaliteit, doet er sociaal wetenschappelijk onderzoek naar.

Goede bijvangst

De houding die jongeren aannemen door negatieve ervaringen of hechtingsproblemen kan een vervelend gevoel geven bij de professional. Je denkt: ik kom niet aan. Jan Dirk: “Maar dat blijkt dus niet altijd te kloppen. Een jongere kijkt, door al zijn ervaringen in het leven, anders naar gedrag. Kom je je afspraken na? Bied je je excuses aan als iets niet lukt? Dat vinden ze heel waardevol.”

“Bied je je excuses aan als iets niet lukt?” 

Zes vragen zorgen voor zóveel inzichten 

“Tijdens ons onderzoek vroegen we jeugdwerkers en jongeren ook om zes vragen in te vullen over goed en slecht gedrag. Op de vragen over risicogedrag gaven de jongere en de reclasseringswerker nagenoeg dezelfde antwoorden. Maar we vroegen ook naar de positieve gedragingen. Help je weleens iemand? Ben je van betekenis voor anderen? De professionals hadden beduidend lagere verwachtingen van het goede gedrag van hun cliënten. Die positieve vragen zeggen niet alleen iets over de werkrelatie. Ze kunnen ook helpen bij het versterken van die relatie door erover in gesprek te gaan.”

(Criminele) jongeren

Heb je te maken met jongeren uit een jeugdgevangenis of een doorsnee groep jongeren in een buurthuis? “De vragen geven ook de zwaarte van het criminele gedrag goed weer. Dus we dachten: stel de vragen vóór en na een interventie. Zo kun je heel snel zien wat het effect is van die interventie. We kijken nu hoe we al deze resultaten toepassen in de praktijk. Bijvoorbeeld bij het aanscherpen van het meetinstrument Verbondenheid. Want de verbinding tussen jeugdwerkers en cliënten is superbelangrijk.”

Delen