L rechtsboven
13. Hendrien Kaal 0390
Nederland

Veiligheid

Een vies of overvol huis

Aan haar dierbare verzamelingen hecht Cynthia veel waarde. Haar woonkamer is eigenlijk best opgeruimd en toegankelijk. Maar de twee extra kamertjes zijn tot de nok gevuld, vooral met spullen van haar overleden vader en broer. Zo veel herinneringen… Zelf vindt Cynthia niet dat het stinkt in huis, maar haar begeleiding denkt daar anders over. Zou het komen door de hond, die tussen de spullen zijn behoefte doet?

Ruim één op de twintig mensen met een licht verstandelijke beperking krijgt te maken met dreigende uithuiszetting. De reden? Overlast door vervuiling of problematisch verzamelen van spullen. Als je begeleiders ernaar vraagt, raak je een gevoelige snaar. Bijna allemaal kunnen ze wel een situatie noemen waarmee ze hebben geworsteld. Hendrien Kaal is lector LVB en risicovol gedrag en onderzocht de omvang van dit probleem.

Woonhygiënische problematiek? Help me eens?

Hendrien: ‘Het gaan hier om hygiënische problemen in de woningen van cliënten. De grootste oorzaak is problematisch verzamelen. Dan heeft iemand te veel spullen in huis. Het is dan niet vies, maar je kunt niet meer zo goed in de woning wonen. En bij brand kan het gevaarlijk zijn. Daarnaast zijn er mensen die hun woning ernstig vervuilen. Dat brengt gezondheidsrisico’s met zich mee en het kan overlast veroorzaken. Bijvoorbeeld door stank of ongedierte. Als laatste zijn er mensen die een gecombineerd probleem hebben. Dus én problematisch verzamelen én vervuilen. Zoals bij Cynthia.’

Wie is Hendrien?

Hendrien Kaal is lector ‘LVB en risicovol gedrag’ aan de Hogeschool Leiden. Ze houdt zich bezig met thema’s als risico-inventarisatie, woonhygiënische problematiek en mensen met LVB in de strafrechtketen.

Het probleem is bekend. Waarom is er niet eerder onderzoek naar gedaan?

‘Het probleem is lang onder de oppervlakte gebleven. We hebben geen studies kunnen vinden die zich specifiek richten op de doelgroep van mensen met een licht verstandelijke beperking. Overigens is ook het onderzoek naar woonhygiënische problemen onder de algemene bevolking schaars. Uit interviews met begeleiders kwam naar voren dat opruimen en schoonmaken bij een groot deel van hun cliënten met een LVB aandacht nodig heeft. Zo kwamen we op het spoor van dit onderzoek.’

Aan dit onderzoek werkten veel begeleiders mee. Hoe krijg je dan goede, objectieve informatie?

Hendrien: ‘In totaal zijn er maar liefst 437 woningen beoordeeld. Dat werk is allemaal gedaan door begeleiders en gedragsdeskundigen. Zij vulden per woning een checklist in. Een vraag gaat dan bijvoorbeeld over hoe vol het huis is. Om een goede inschatting te maken staan er plaatjes bij. Plaatje 1 is een leeg huis, plaatje 5 overvol.’

 

Alle begeleiders en gedragsdeskundigen werken bij Middin, de organisatie die de opdracht gaf voor dit onderzoek. Hendrien: ‘Middin is een zorgorganisatie die mensen helpt met een beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Ik werk al een jaar of vier met hen samen. Het mooie daaraan vind ik dat je als onderzoeker écht iets kunt bijdragen aan de kwaliteit van de zorg. Ik heb al eerder vraagstukken onderzocht rondom risicovol gedrag van mensen met een licht verstandelijke beperking. Daar zitten zó veel kanten aan, ik denk niet dat we ooit uitgeleerd zijn.’

De resultaten van het onderzoek
13. WHP prevalentie infographic (429 x 297 mm) HR
Maar… voor wie ligt hier nu een taak?

‘Dat is best een lastige vraag. In de praktijk horen we dat begeleiders heel verschillend met woonhygiënische problematiek omgaan. De één pakt de stofzuiger bij een huisbezoek of helpt met opruimen. De ander vindt dat niet de taak van een begeleider. Daar is best veel discussie over. Wat is de verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie? Er spelen veel andere problemen die urgenter zijn of lijken. Om hier meer één lijn te krijgen bij Middin, zijn we nu bezig met een actieonderzoek. De vraag is hoe we de zorg voor mensen met een woonhygiënische problematiek kunnen versterken. Ik vind het echt mooi dat ik zo een bijdrage kan leveren aan de zorg. Want gezond en prettig wonen is hoe dan ook een eerste levensbehoefte.’

L linksonder