L rechtsboven
12. JanDirk
Nederland

Veiligheid

Specialistisch jeugdwerk nodig voor aanpak '2%' van jeugdcriminelen

Om de '2%’ van de jeugdcriminaliteit beter aan te kunnen pakken, is een ander type jeugdwerker nodig dan doorgaans in het reguliere jongerenwerk wordt aangeboden.

Jan Dirk de Jong, lector Aanpak Jeugdcriminaliteit bij Hogeschool Leiden, pleit voor specialistisch jeugdwerk: "Het moet een essentiële schakel gaan vormen voor deze 2% jongeren in de beginfase van hun delinquente carrière die anders in de zware criminaliteit dreigen te belanden of daarin verder doorgroeien."

In de media

De dienst Marketing & Communicatie (M&C) werkte samen met lectoraat Aanpak Jeugdcriminaliteit aan een mediastrategie rondom een aangekondigde publicatie ‘Specialistisch jeugdwerk voor de 2%’, wat tot een brede journalistieke aandacht leidde (NPO Radio 1, Trouw, Leidsch Dagblad, WNL).

"Het werken met deze doelgroep is werken op Champions League-niveau", zegt De Jong. "Dat vraagt om een specialistisch jeugdwerker die altijd bereikbaar is, sensitief en present in bejegening, met gezag en de mogelijkheid perspectief te bieden." De lector, tevens socioloog en criminoloog, doet al jaren onderzoek naar de zogeheten 2%-doelgroep: een neutralere term voor (hoog)risicojeugd waarbij al zorgwekkende, forensische signalen zichtbaar zijn en waarbij preventie nog effect kan hebben. Een bewezen efficiënte aanpak voor deze doelgroep ontbreekt, waardoor deze jongeren onvoldoende bereikt en geholpen worden. De Jong betoogt dat daarom een nieuwe visie nodig is én meer onderzoek.

 

De 2% is geen officieel percentage, maar een verzonnen term. Deze term verwijst naar jongeren in de beginfase van hun delinquente ontwikkeling (grofweg 10-16 jaar) die inmiddels in beeld zijn voor zeer zorgwekkende (forensische) signalen, waaronder mogelijk al ernstige (gewelds)incidenten. In deze fase is de 2% echter nog niet zo ver doorgegroeid in hun criminele carrière waardoor erger mogelijk nog is te voorkomen met preventief jeugdwerk. Ervaringsdeskundigen zeggen daarover in ons onderzoek: “Ze hebben nog niet aan het échte geld geroken.” Ook zitten ze nog niet vast in een fuik van verplichtingen en dreigementen vanuit meer georganiseerde misdaad.

 

Deze groep belandt nu in een gat tussen regulier jongerenwerk en gespecialiseerde jeugdzorg. Met een ander type jeugdwerker kan dit gat worden gedicht, zoals nu al lijkt te gebeuren op een aantal plaatsen waar al onderzoek is verricht. Het is zaak te onderzoeken wat precies de werkzame bestanddelen zijn van dit soort specialistisch jeugdwerk, in termen van wat werkt, wie werkt en de waarborging van de preventieve werkzaamheden. Daarbij is het van belang om de impact van alle interventies goed te meten en te kijken naar de bezoldiging van zowel jeugdwerkers als de jongeren zelf. Op dit moment is het Leidse lectoraat al actief in 28 gemeenten waar een QuickScan veelbelovende resultaten laat zien. In het voorjaar van 2024 lanceert het lectoraat op basis daarvan een nieuw onderzoeksplan voor specialistisch jeugdwerk voor de 2%.

1,4 miljard euro: bedenk goed wat je ermee doet

Het ministerie van Justitie en Veiligheid trekt jaarlijks tientallen miljoenen euro’s uit om jeugdcriminaliteit in de kiem te smoren. Gemeenten doen aanvullend nog aanzienlijke investeringen, zoals Amsterdam dat 7,5 miljoen extra investeert in jongerenwerk om jeugdcriminaliteit tegen te gaan. Vanaf 2025 is er jaarlijks vanuit het Rijk in elk geval 143 miljoen beschikbaar voor maatregelen om te voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met georganiseerde criminaliteit of daarin doorgroeien. Verspreid over 10 jaar komt dat neer op ruim 1,4 miljard euro. 

 

De Jong is blij met de ambities van de overheid, maar maakt zich wel zorgen over de preventieve maatregelen die worden ingezet voor de 2%. "Mooi dat er geld vrijkomt, maar bedenk goed wat je ermee doet", waarschuwt hij. "Bij de inkoop van interventies voor deze kwetsbare groep kijken we te weinig naar wat volgens onderzoek werkt. En we onderzoeken nauwelijks in de praktijk wat werkzame bestanddelen zijn. Zo blijft er veel waardevolle informatie achter in de hoofden van professionals en dus onbenut. Ook kijken we achteraf vooral naar gepleegde inzet en niet naar de beoogde impact."

 

Veel organisaties in het land proberen subsidies te bemachtigen voor goedbedoelde, maar slecht onderbouwde projecten. Ze ontvangen dat geld volgens De Jong al snel door de grote bestedingsdruk om die miljoenen op te maken. "Los van die gebrekkige onderbouwing zijn veel interventies ook niet uitvoerbaar of ze voegen niks toe. Erger nog, sommige werken mogelijk averechts. Het is zeer de vraag of 'innovatieve' ideeën als escaperooms waar je een drugslab moet leeghalen of 'afschrikken of bang maken' wel werken. Daarbij maakt al die aandacht voor de georganiseerde (drugs)criminaliteit die wereld juist heel belangrijk. Laat de '2%' eerder aansprekende alternatieven zien!"

Resultaten direct toepasbaar in de praktijk

Het lectoraat doet sinds 2014 onderzoek naar werkzame bestanddelen bij de aanpak van jeugdcriminaliteit. In deze periode ontwikkelde De Jong mede het Meetinstrument Verbondenheid, dat de kwaliteit van de werkrelatie tussen jeugdprofessionals en hun doelgroep inzichtelijk maakt. Over wat werkt qua preventie voor de 2% is nog weinig bekend. De Jong en zijn onderzoeksteam willen hun huidige expertise benutten om de ontbrekende kennis te verzamelen. Het doel is jongeren in deze 2%-doelgroep meer perspectief te bieden en zo de kans op een criminele carrière te verkleinen.

 

Dit betekent niet dat er jaren moet worden gewacht op bruikbare uitkomsten. "Het zit juist in de aard van ons praktijkgericht onderzoek dat het continu resultaten oplevert die direct toepasbaar zijn in de praktijk", legt De Jong uit. Vanuit Hogeschool Leiden heeft het team een voorbereidend onderzoek afgerond zonder verworven financiering. De opbrengsten staan in het op 16 oktober 2023 gepubliceerde boek Specialistisch jeugdwerk voor de 2%. Over plus-preventie tussen jongerenwerk en jeugdzorg. Op basis van de bevindingen start een kleinschalig, gesubsidieerd onderzoeksproject in een aantal gemeenten over preventie voor de 2%. Daarnaast wordt naar langdurige subsidie gezocht voor een grootschalig onderzoek naar specialistisch jeugdwerk dat vanaf 2024 moet gaan plaatsvinden in meerdere gemeenten voor de komende jaren.

L linksonder