L rechtsboven
Marije van den Steenhoven
Leiden

Onderwijs

Levensvaardigheden op de middelbare school

Als vast onderdeel van het lesprogramma

Lessen in Engelse taal, wiskunde en geschiedenis zijn vaste prik binnen het onderwijs. Maar… hoe kom je tot goed leren? Daarvoor is het belangrijk dat je lekker in je vel zit. Goed kunt functioneren op school. Marije van den Steenhoven werkt daarvoor aan het programma levensvaardigheden.

Marije: ‘Het programma levensvaardigheden bestaat al zo’n 25 jaar. Lector Carolien Gravesteijn heeft het destijds geïntroduceerd. Op dit moment zijn we bezig met de doorontwikkeling ervan. Ik hou mij bezig met het lesprogramma voor het regulier voortgezet onderwijs in Leiden. Dat doen we in samenwerking met de gemeente Leiden.

Wat is er nieuw in het programma?

Marije: ‘We vinden het heel belangrijk dat er een doorgaande lijn in het lesprogramma zit. Dus dat kinderen op verschillende momenten op school hiermee bezig zijn. Want levensvaardigheden ontwikkelen doe je niet even. We werken nu aan programma’s voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het hbo. Daarnaast zijn we gestart met een programma voor het speciaal onderwijs. Daarover vertelt mijn collega Ilona Schouwenaars op pagina in dit Jaarbericht. En we zien kansen voor het mbo.

Levensvaardigheden… met welke onderwerpen ga je dan aan de slag?

De lessen levensvaardigheden gaan over 5 verschillende vaardigheden. Zelfbewustzijn, zelfmanagement, sociaal bewustzijn, relatievaardigheden en verantwoordelijke besluitvorming. Die termen klinken misschien als de ver van mijn bed show. Maar het gaat hier om onderwerpen waar scholieren iedere dag mee te maken krijgen. Bijvoorbeeld: wat moet ik doen om op school en thuis tot goed leren te komen? Hoe prioriteer ik mijn taken? Maar ook: hoe ga ik vriendschappen aan? Bijvoorbeeld als je op een nieuwe school komt. Jongeren komen heel vaak in nieuwe en lastige situaties terecht.’

Wat is het belangrijkste wat je jongeren wilt leren?

Het herkennen van eigen emoties en gedachten, vooral in moeilijke situaties. Neem die nieuwe omgeving. In het lesprogramma doen we daar oefeningen mee. Zo vragen we alle leerlingen naar welke gedachten ze in zo’n situatie hebben. Dan blijkt dat per persoon heel verschillend te zijn. Je kunt echt zelf kiezen hoe je met een lastige situatie wilt omgaan. Kijk je eerst de kat uit de boom? Of denk je: leuk, een nieuwe omgeving? Of: ik ben blij als ik hier weg kan. Sta eens stil bij je eigen gedachten. En vraag je af: zijn deze gedachten voor mij helpend? Als je je gedachten kunt sturen naar helpende gedachten, dan kun je ook je gevoel beïnvloeden. Dat samen bepaalt of je constructief gedrag laat zien in lastige situaties.’

Hoe is de interesse bij de scholen?

‘Op dit moment werken twee scholen voor voortgezet onderwijs in Leiden met het programma. Het klopt inderdaad dat scholen al heel veel taken hebben. Dan kun je je afvragen of er wel ruimte is voor een programma levensvaardigheden naast het reguliere lesprogramma. Je zou kunnen zeggen dat jongeren deze vaardigheden thuis moeten leren. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen in dezelfde mate. De primaire taak van de school lijkt: voorbereiden op het examen. Maar júist die school is zo’n rijke omgeving om te oefenen met levensvaardigheden. Je komt in allerlei situaties en met verschillende mensen in aanraking. Juist hier kunnen leerlingen van elkaar leren en met situaties oefenen.’

Wat zijn de eerste resultaten?

Je zou kunnen zeggen dat wij pleitbezorgers zijn van het leren van levensvaardigheden op school. Want als je aan ouders en docenten vraagt: wat wil je dat een kind leert op school? Dat zeggen ze: zelfvertrouwen krijgen, een goede burger worden, hulpvaardig zijn. Inmiddels wordt ons nieuwe lesprogramma op twee middelbare scholen in Leiden gegeven. Ongeveer 400 kinderen en 30 docenten hebben met het programma kennisgemaakt. In Den Haag en Rotterdam wordt ook op meerdere scholen met het programma gewerkt. Ondertussen ontwikkelen we het programma verder door met nieuwe oefeningen. En we willen het programma beter toegankelijk maken voor alle leerlingen. Nu is er bijvoorbeeld nog een vrij talig leerlingboek. Dat is niet voor alle leerlingen geschikt.

En de docenten? Hoe reageren die?

‘Vooral onder mentoren is de interesse groot. Zij zijn namelijk opgeleid als vakdocent. Hun mentorschap doen ze er met veel plezier bij. Maar het invullen van de mentorlessen doen ze vaak op gevoel. Er is vaak geen lespakket voor beschikbaar. Juist daarom zijn ze enthousiast over ons programma. We vullen als het ware de rugzak van de mentoren. Ik zie het daarom zelf niet zo dat we werk toevoegen in het onderwijs. We bieden ondersteuning op een onderwerp dat voor scholen zó belangrijk is. Werken aan het mentale welzijn van jongeren.’

Marije van den Steenhoven…

… is in januari 2023 gestart als projectleider Levensvaardigheden in het voortgezet onderwijs bij het lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding. Ze wil jongeren graag iets meegeven waar ze hun hele leven iets aan hebben. ‘Zodat ze midden in de wereld staan. Zichzelf goed kennen en weloverwogen beslissingen kunnen nemen. En iets voor de wereld kunnen betekenen.’

Meer weten over het lesprogramma Levensvaardigheden?
L linksonder