L rechtsboven
08. Fatima Touzani
Nederland

Onderwijs

Fatima Touzani laat haar studenten over grenzen kijken en proeven

Het leernetwerk als didactisch middel

Didactische vormen genoeg bij de opleiding Sociaal Werk. Theorie uit boeken leren. Groepsopdrachten. Stages. Fatima Touzani – docent-onderzoeker lectoraat Sociale Innovatie – werkt ook heel graag met een andere vorm van onderwijs. Met een zogenoemd leernetwerk inspireert ze haar studenten, zichzelf én haar professionele netwerk om integraal naar armoede in Katwijk te kijken.

Drie jaar geleden liepen mijn vierdejaarsstudenten stage bij Welzijnskwartier Katwijk

Dit gebeurde vanuit het lectoraat Sociale Innovatie en de Werkplaats Sociaal Domein. Mijn studenten signaleerden dat armoede in Katwijk een complex probleem is. Daarom organiseerde ik, samen met Welzijnskwartier een inspiratiesessie, om deze signalen van armoede te verzamelen. Vanuit deze sessie is besloten om allerlei partijen uit te nodigen voor een gezamenlijke aanpak van armoede. Hierdoor ontstond de Leerwerkgemeenschap Katwijk vanuit de Werkplaats Sociaal Domein. Binnen dit leernetwerk zijn we gelijkwaardige partners en leren we van elkaar. Ik leer bijvoorbeeld weer van mijn studenten en dat vertel ik ze ook.”

Wat is een leernetwerk?

Een leernetwerk is een groep mensen of organisaties die elkaar ontmoeten, inspireren en samenwerken om kennis en ervaringen uit te wisselen en gezamenlijk te leren, met als doel verbetering van praktijken.

In Katwijk ontmoeten kerk, scholen, GGD, thuiszorg, welzijn, Hogeschool Leiden, een ervaringsdeskundige en nog allerlei andere partijen elkaar nu iedere zes weken om van elkaar te leren: de Leerwerkgemeenschap Katwijk en het valt onder de Werkplaats Sociaal Domein Den Haag & Leiden.

We richten ons samen op mensen die net onder de armoedegrens terecht zijn gekomen

“De uitdaging bij deze groep is om ze in beeld te krijgen. Vaak is er te veel schaamte om zelf om hulp te vragen. Gelukkig zijn er verschillende instanties die armoede kunnen signaleren. De Leerwerkgemeenschap heeft ervoor gezorgd dat niet alleen formele organisaties, maar ook informele, particuliere initiatieven of ervaringsdeskundigen elkaar nu beter weten te vinden.” 

Als docent-onderzoeker leg ik ook voortdurend de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en de Leerwerkgemeenschap

“De leerwerkgemeenschap organiseert allerlei activiteiten. Dat doen we aan de ene kant om het leven van de mensen in armoede te ontstressen en aan de andere kant om een vertrouwensband met hen op te bouwen. Een deelnemer van de leerwerkgemeenschap had bijvoorbeeld voor de feestdagen een ‘foute high tea’ bedacht voor kinderen. Die konden even helemaal losgaan op allemaal snoep en lekkers. Tijdens zo’n high tea komen wij op een ontspannen manier in gesprek met de ouders waardoor je signalen opvangt. Dit laat mooi zien hoe de samenwerking tussen praktijk, onderwijs en het lectoraat heel concreet tot uiting komt. En ikzelf verander in zo’n traject steeds van rol: van docenten-onderzoeker naar (stage)docent, maar ook naar deelnemer van de leerwerkgemeenschap. Tijdens een activiteit speel ik bijvoorbeeld met de kinderen of help ik spullen sjouwen voor een kleedjesmarkt. Die rol als deelnemer is trouwens essentieel. Zo kan ik als onderzoeker contact maken en een bijdrage te leveren in de praktijk. En dat is precies het doel van een leernetwerk.”

Soms hoor ik per toeval de mooiste resultaten van onze impact op armoede met het Leernetwerk.

“Daar sla ik als onderzoeker natuurlijk echt op aan. Zo signaleerde iemand uit het Sociaal Wijkteam dat een jonge moeder haar kindje al een tijdje geprakte aardappelen gaf, omdat ze geen geld had voor babyvoeding. De moeder had binnen een uur geld op haar rekening staan, omdat de sociaal werker belde naar de diaken van de kerk of ze misschien konden helpen. Zowel de sociaal werker als de diaken zijn deelnemers van de leerwerkgemeenschap. We weten elkaar dus veel gemakkelijker te vinden. Daarnaast zie ik in mijn rol als docent welke impact het Leernetwerk heeft op mijn studenten. Zij kunnen gedurende de stageperiode deelnemen aan de leerwerkgemeenschap en zo ‘proeven’ aan de meerwaarde van een leernetwerk.”

Ik wil mijn studenten heel graag ‘boundary-crossing competenties’ meegeven.

“Dat betekent dat je het vermogen hebt om met mensen van verschillende disciplines, andere culturen of andere contexten samen te werken aan maatschappelijke uitdagingen. Dat je de grenzen tussen de vakgebieden niet uit de weg gaat, maar juist opzoekt en daar dus het ‘lef’ voor hebt. En dat je in dit soort ontmoetingen tot innovatieve resultaten komt. De sociaalwerker van de toekomst heeft 21e-eeuwse vaardigheden nodig. Vraagstukken worden namelijk steeds complexer. Je kunt dus niet meer alleen vanuit je eigen beroep dingen oppakken. Je hebt verschillende perspectieven nodig voor een vraagstuk. Dat vraagt om een open houding en een intrinsieke motivatie. Dit is ook van belang bij docenten en de mensen uit de praktijk om zulke leeromgevingen te kunnen creëren. Ik realiseer me wel dat ik veel van mijn studenten vraag” lacht Fatima. “Ze willen natuurlijk ook gewoon hun studiepunten halen.”

L linksonder